GRASGROEN VLEES


Voor het eerst in zijn leven had Pamfiel - in restaurant De Blauwe Bok - geitenvlees gegeten. Na die smakelijke maaltijd trok hij zich terug in zijn appartement dat net boven de eetzaal lag. Hij besloot om de verdere avond al lezend door te brengen; en onder de lectuur van Simak's All Flesh is Grass hoorde hij de deurbel. Het was Wim de restauranthouder die om een gunst kwam vragen. Alhoewel Wim een spijshuis in de stad uitbaatte, woonde hij toch op de boerenbuiten. Nu wou hij met zijn vrouw Paty op familiebezoek in Frankrijk. Of Pamfiel niet voor drie dagen in hun woning wou komen logeren om op de hoeve te passen en de bjiesten te voederen? Die bjiesten bleken een hond, drie katten en een dozijn of wat geiten te zijn. Daar Pamfiel zeker niet in de wieg gelegd was voor geiteboerke stond hij op het punt te weigeren tot hij zich bijtijds herinnerde welk een rijk gevulde wijnkelder Wim bezat …

"Dat is de Spookhoeve," zei Wim terwijl de auto voorbij een vervallen gebouw reed.

"Ziet er inderdaad sinister uit!"

Even later stopte de wagen bij de hofstee van Wim en Paty. Vrolijk blaffend kwam Kazak, de hond, hen tegemoet gesneld; de katten bleken minder sociaal te zijn. En toen hij samen met Wim de stal bezocht, keken de geiten en de bok Pamfiel met schaapachtige onschuld aan …

De volgende dag vertrokken Wim en Paty rond het middaguur en het moet middernacht geweest zijn toen Pamfiel het angstig krijsen van de katten en het woedend geblaf van de hond hoorde …
Buiten was het bijzonder zacht weer voor de tijd van het jaar. (De dagster had zopas de winterzonnewende bereikt: de tijd van de Steenbok was aangebroken.) Hoog aan de hemel schitterde de maanhoorn. Plots merkte Pamfiel tot zijn grote schrik hoe de deur van de geitenstal open stond. Paniekerig snelde hij er heen: de geiten hadden het hazenpad gekozen. Met de staart tussen zijn poten kwam Kazak naar hem toe gekropen.

"Zoek!" beval Pamfiel.

Seffens begon de hond rond te snuffelen, leek weldra een spoor te volgen, keek even achterom en liep vervolgens al neuzend door. Pamfiel liep de hond achterna. Het duurde niet zolang of ze kwamen bij de Spookhoeve aan - die nu helverlicht was. De stilte van de nacht werd verbroken door vrolijk gezang. Angstig keek de hond Pamfiel aan en rende vervolgens in paniek weg.

"Muziek verzacht de zeden … dus waarom zou ik bang wezen?"

Langzaam liep Pamfiel naar de hoeve toe … met hard kloppend hart …

Op de binnenplaats stonden vreemde wezens: half mens half geit. Ze waren twaalf in getal. De geiten hadden prachtige meisjesborsten. Er was maar één bok onder hen, en die had iets tussen de benen wat menig macho jaloers zou maken.

"Welkom Pamfiel," zei de bok, "mijn naam is Pan. Zeer vereerd dat u aan ons spijsoffer wilt deelnemen."

"Spijsoffer?"

"Euh … Wees zo goed om aan onze offer … euh … eretafel plaats te nemen." Uitnodigend wees Pan naar de enige tafel die op het binnenhof stond. Pamfiel ging aan tafel zitten terwijl Pan over hem plaats nam.

"Laat ons eerst en vooral het plengoffer brengen … vrolijk drinken bedoel ik natuurlijk …"
Twee geiten plaatsten wijnkruik en bekers op tafel. Menig bekertje werd geledigd. Toen de kruik eindelijk leeg was, zei Pan:

"Laat ons nu vrolijk schransen!"

Twee geiten kwamen met twee grote kommen gras aandraven. Toen hij dit voor de neus kreeg, keek Pamfiel verbijsterd Pan aan.

"Euh … ik ben wel konijn genoeg om sla en wortelen te eten, maar … ik vrees dat ik niet geitig genoeg ben om gras te vreten."

"Kom, kom! All Flesh is Grass."

"Ook dat boekje gelezen?"

"Weet niet over wat boekje je het hebt … Wij Satyrs en Faunen lezen immers niet … Maar toch zit het logisch in elkaar. Geiten vreten gras wat uiteindelijk geitenvlees wordt. En … mensen fretten geitenvlees…

"Ja maar …"

"Proef dan toch!"

Het gras had de smaak van geitenvlees. Terwijl Pamfiel smakelijk gras vrat, begonnen de geiten aan een erotische dans. Zo wulps en geil dat Pamfiel een erectie kreeg. Hij voelde en hoorde hoe zijn broek scheurde, en toen hij in zijn schoot keek, zag hij een lange dikke komkommer. Ook kreeg hij ontzettende pijnscheuten in de handen: zijn vingers waren in bamboestokjes veranderd en uit zijn vingernagels groeide gras. In paniek veerde hij recht … maar zijn voeten waren vast in de aarde geworteld ...
Met hongerige blik keken de bok en de geiten toe. En toen begreep Pamfiel …

All Flesh is Grass.


© Gilbert Voeten 2002

Terug naar Verhalen